Belangrijke uitspraken over ondernemerschap bij tandartsen en waarnemers

Onlangs is er een uitspraak geweest van het Hof Arnhem-Leeuwarden over het ondernemerschap van een tandarts/waarnemer. De inspecteur stelde dat de tandarts/waarnemer geen ondernemer is voor de inkomstenbelasting en dus geen recht heeft op de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Het leek ons goed deze case met jullie te delen: in onze praktijk komen we veel vergelijkbare situaties tegen. Als de belastingdienst je niet als ondernemer ziet, kan dat namelijk grote financiële gevolgen hebben.
 
Wat was de situatie?

De tandarts werkte in de jaren 2011, 2012 en 2013 voor één praktijk met twee praktijkhouders. Tussen de praktijkhouders en de tandarts was het volgende afgesproken:

  • de patiënten zijn van de praktijkhouder;
  • de tandarts wordt vaktechnisch verantwoordelijk, declareert via de praktijkhouder en loopt debiteurenrisico.

In de dagelijkse gang van zaken declareerde de waarnemer via de praktijk. De waarnemer deed geen investeringen van betekening en bemoeide zich ook niet met de bedrijfsvoering.

Wat was het probleem?

Voor de inkomstenbelasting ben je  ondernemer als je werkzaamheden zelfstandig en voor eigen risico verricht en daarbij ondernemersrisico loopt. Om dit te beoordelen wordt onder andere gekeken naar de duurzaamheid en de omvang van de werkzaamheden, de grootte van de opbrengst, de winstverwachting, het lopen van (ondernemers)risico, het streven naar continuïteit, de beschikbaarheid in tijd, de bekendheid die naar buiten aan de werkzaamheden wordt gegeven en het aantal opdrachtgevers.
 
In deze situatie kon de tandarts niet aannemelijk maken of bewijzen dat hij daadwerkelijk ondernemersrisico liep. Hij declareerde maar bij één praktijk (weliswaar twee praktijkhouders), investeerde nauwelijks, bemoeide zich niet met de praktijkvoering en pleegde zeer beperkt acquisitie.  De waarnemer had wel een eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering, liep ook het risico voor onbetaalde herstelwerkzaamheden en was aangesloten bij een eigen klacht- en tuchtregeling. Het Hof oordeelde dat deze waarnemende tandarts geen ondernemer was voor de inkomstenbelasting.

Wat zijn de gevolgen voor de waarnemer ?

Als de waarnemende tandarts volgens de belastingdienst geen ondernemer is, dan betekent dat nogal wat:

  • De tandarts heeft geen recht op zelfstandigenaftrek (ruim € 7.000 per jaar).
  • En ook geen recht op de MKB winstvrijstelling:  er mag dus niet 14% van de winst worden afgetrokken voordat er belasting betaald moet worden.
  • Netto kan dit per jaar meer dan € 5.000 netto schelen.

Wat betekent het voor jou als praktijkhouder?

Voor alle duidelijkheid: de verhouding tussen de praktijkhouder en de tandarts is door de uitspraak niet veranderd. Als jullie je houden aan de voorbeeldovereenkomst is de tandarts nog steeds niet in loondienst bij de praktijkhouder. Maar het is dus wel belangrijk dat je de afspraken uit jullie overeenkomst goed naleeft.

Wat kunnen waarnemer en praktijkhouder doen om dit te voorkomen?

Het ondernemersrisico bestaat uit vele componenten.
Van  belang is in ieder geval dat de voorwaarden uit de overeenkomst nageleefd worden. Als een patiënt dus niet betaalt, zorg dan dat de waarnemer ook niet betaald krijg en laat dit zien op de afrekeningen. Daarnaast is het verstandig vast te leggen wanneer er herstelwerkzaamheden zijn verricht die de tandarts niet heeft kunnen declareren.

Een ander aspect is de betrokkenheid bij de bedrijfsvoering. Laat de waarnemer ook betrokken zijn bij (een deel van) de bedrijfsvoering.

En verder is het verstandig als de waarnemer zelf ook investeringen doet voor de uitoefening van het beroep. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een loepbril of een hoekstuk. De praktijk kan die aanschaffen maar de waarnemer kan dit ook doen.

Een andere manier om met deze problematiek om te gaan is het kiezen van een andere rechtsvorm ten aanzien van de samenwerking. De praktijkhouder en de waarnemer kunnen een maatschap aangaan. Dit kan een algehele maatschap zijn of een beperkte, waarbij gedacht kan worden aan de variantmaatschap of een ZZP-maatschap. De rechtgevolgen van een dergelijke samenwerkingen zijn verdergaand dan een overeenkomst met een waarnemer.  Het is dus van groot belang hier goed over na te denken.

In de bijlage onder downloads vind je, ter informatie, de uitspraak van het Hof. Mocht je nog vragen hebben en wil je hierover met ons van gedachten wisselen, bel gerust voor een afspraak.